De aanleiding tot het schrijven van dit boek zijn twee series aftekeningen van manshoge voorouderportretten van de Heren en Graven van Egmont die in opdracht van Johan (Jan) III, eerste Graaf van Egmont in 1486 zijn vervaardigd voor zijn Slot te Egmond op de Hoef ter gelegenheid van zijn verheffing tot Graaf door Keizer Maximiliaan I van Habsburg.

Wij zouden heden ten dage niet geweten hebben dat deze portretten (fresco‘s) ooit in het Slot te Egmond te zien zijn geweest indien Dirck Woutersz., pastoor van de Heer van Wassenaer deze voorouderportretten niet had laten aftekenen ten behoeve van zijn Adelskroniek voordat het Slot op de Hoef tijdens de Tachtigjarige Oorlog door de Geuzen werd verwoest. De Adelskroniek van Woutersz. is ons overgeleverd.

Graaf Lamoraal I van Egmont, die veel waarde hechtte aan de grandeur van zijn Geslacht, liet voor zijn Hof te Brussel kopieën maken van deze fresco’s. Dit gebeurde voordat het Slot op de Hoef werd verwoest. Deze serie te Brussel omvatte uiteindelijk 36 portretten van Radbodus II/I tot en met de laatste Graaf van Egmont die in 1707 overleed. Later verdwenen de Egmontportretten spoorloos nadat het Geslacht van Egmont al geruime tijd in mannelijke lijn was uitgestorven. Kornelis van Alkemade had in Brussel al aftekeningen laten maken voor eigen gebruik voordat de portretten verdwenen. Deze serie is eveneens bewaard gebleven.

Enerzijds kan gesproken worden van een oudste serie uit 1562 die als illustratie voorkomt in de Adelskroniek van Woutersz.. Deze kroniek beschrijft de genealogie van het Geslacht van Egmont in briefvorm.
Anderzijds is sprake van een jongste serie die in 1728 in opdracht van van Alkemade in het Hof van Egmont te Brussel tot stand is gekomen. Aan deze aftekeningen heeft van Alkemade bovendien de franstalige afschriften van de teksten toegevoegd die zich destijds onder de portretten te Brussel bevonden. De vertalingen van deze teksten zijn van de hand van van der Schelling en zijn eveneens in dit boek opgenomen.

Tussen het ontstaan van beide series aftekeningen liggen dus ruim 166 jaren. Het leek mij een interessant gegeven om beide series naast elkaar te leggen teneinde de overeenkomsten en verschillen te kunnen waarnemen. Bovendien wordt in dit boek van iedere Heer en Graaf van Egmont een genealogisch overzicht gegeven en door middel van een chronologische opsomming in de vorm van noten wordt de betreffende Heer of Graaf in een historisch kader geplaatst. In de hoofdstukken zijn de relevante kronieken letterlijk opgenomen. Ieder hoofdstuk is voorzien van bronvermeldingen.

Het Geslacht van Egmont behoorde destijds tot de kleine groep belangrijke pré-feodale hoge adel in Holland. De telgen van dit Geslacht stonden doorgaans op goede voet met de Graven van Holland en drongen door tot de meest aanzienlijke functies in het Landsbestuur. Vanaf 1486 mochten zij zich Graaf van Egmont noemen.
De Heren en Graven van Egmont stammen af van een oud Fries Koningsgeslacht dat gedurende bijna duizend jaren over de Noordelijke Gebieden heerste.
Radbodus II/I die in 792 overleed was één der laatste mannelijke telgen van dit Geslacht.

In 1707 sterft het Geslacht van Egmont uit door de dood van Procope Francois, laatste Graaf van Egmont. Aangezien de erfrechtelijke aanspraken binnen het Geslacht van Egmont geregeld werden door middel van het Fidei Commis, gingen alle goederen en titels van het Geslacht van Egmont over op de zoon van zijn zuster Maria Clara van Egmont die was getrouwd met Nicolaas Pignatelli, Hertog van Bisaccia. De Egmont- Pignatelli’s hebben zich nog enige tijd bemoeid met het Hof van Egmont te Brussel. Nadat het Geslacht van Arenberg het Hof te Brussel aankocht tasten we in het duister omtrent het “lot” van de serie voorouderportretten van het Geslacht van Egmont. Wat er van het Geslacht Pignatelli is geworden is niet onderzocht.

Wim Schmelzer †

Terug